Digitale infrastructuur is gebaat bij regulering

Alle regulering die op de digitale infrastructuur afkomt is indrukwekkend voor bedrijven in de sector die moeten wennen aan een hogere mate van regeldruk. Het heeft echter ook een positieve kant namelijk dat de sector daardoor meer een gelijke van andere sectoren wordt waar al sprake van strenge regulering is.

Vandaag is er op ISP Today een artikel verschenen over het feit dat een aanbieder van digitale infrastructuur een risico kan zijn voor een onderaannemer van een financiële instelling zoals een bank:

De hele keten, waar je als provider maar een kleine schakel van uitmaakt, wordt doorgelicht. Als je klant zijn zaakjes niet voor elkaar heeft kan hij zijn opdracht als leverancier of onderaannemer van een financial kwijtraken. De cijfers lijken aan te geven dat zoiets vaker voorkomt en zal voorkomen dan we ons realiseren. Het kan verklaren waarom jij weer klanten en/of omzet kwijtraakt.

Wanneer bedrijven in de digitale infrastructuur een strakker regulatory framework is, dan wordt het voor hen makkelijker om bij te dragen aan de compliance van hun afnemers die op hun beurt weer leverancier zijn van bedrijven die eveneens aan strenge regulering zijn onderworpen.

De invoering en daarmee gepaarde gaande implementatie van nieuwe regulering zal een investering van bedrijven in de digitale infrastructuur vergen. Gelukkig zijn bedrijven in de digitale infrastructuur over het algemeen financieel kerngezond en kunnen zij die last dragen.

Het is vooral belangrijk dat er door de wetgever rekening wordt gehouden met de belangen van de bedrijven die het betreft en duidelijke definities in wetgeving op te nemen, zo stelt Stichting DINL:

De termen vliegen je dan ook om de oren. Diensten van de informatie maatschappij, mere-conduit, digital service providers, aanbieders van essentiële diensten, platforms, hostingproviders, cloudproviders, serviceproviders, aanbieders van communicatiediensten, gegevensverwerkers en ga zo maar door. Het is vaak onduidelijk wie precies onder die definities vallen en wie niet.

Hier valt voor de digitale infrastructuur én de BV Nederland winst te boeken. Het fundament van de Nederlandse infrastructuur wordt namelijk gevormd door enkele, unieke spelers zoals internet exchanges én vele honderden kleine financieel kerngezonde IT-bedrijven zoals hostingbedrijven. Juist deze bedrijven zijn gebaat bij duidelijke definities zodat direct duidelijk is hoe zij compliant kunnen zijn.

Datacenters: “Onze markt is tot stilstand gekomen”

De Nederlandse digitale infrastructuursector maakt een enorme groei door en innovaties volgen elkaar in een rap tempo op. Vooral hostingbedrijven maken een stormachtige groei door en ook de hoeveelheid personeel dat nodig is om die groei bij te benen is enorm.

Helaas is er ook een deel van de markt dat naar eigen zeggen volledig tot stilstand is gekomen en waarbij helemaal geen sprake meer van innovatie is. Daarbij gaat het om datacenters. Dat blijkt uit een summit die door ChannelConnect is georganiseerd en waar ISP Today over bericht.

Opvallend is dat zelfs dat nadrukkelijk “on the record” de volgende citaten van Gijs van Gemert, CEO van Serverius door ISP Today zijn opgeschreven: “Colo is dood” en “We zien weinig innovaties”.

Deze passage uit het artikel op ISP Today bevestigt de woorden van Van Gemert:

Dat is wat datacenters zien gebeuren met de colo klanten. Als je daar dieper induikt valt direct op dat de meeste colo klanten een duidelijk beeld heeft van wat ze nodig hebben. Als ze overstappen naar een hyperscaler is dat vanwege groei, flexibiliteit en kosten. Grappig genoeg worden die zelfde argumenten gebruikt door ex-colo huurders die weer terug migreren van een grote cloud aanbieder naar een lokale colo aanbieder. Dat is een beeld dat we in Nederland zien, maar ook in de buurlanden links en rechts komt dat voor.

Uit de summit die door ChannelConnect is georganiseerd kan dus de conclusie worden getrokken dat lokale colocatie én een grote cloudproviders als Amazon, Google en Microsoft uitwisselbaar zijn. Het onderscheidende vermogen en de concurrentiepositie van Nederlandse datacenters is dus héél erg klein aan het worden.

Wanneer grote cloudproviders dus nóg verder optimaliseren en goedkoper worden dan zullen Nederlandse datacenters steeds meer aan relevantie verliezen zo kan worden geconcludeerd uit de verslaggeving over het open gesprek tussen de CEO’s van Cellnex (voorheen Alticom), Colohouse, Datacenter.com, Interconnect, maincubes en Serverius.

De behoefte aan het openstellen van de kabel is er ook in de praktijk

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft op 27 februari dit jaar een ontwerpbesluit gepubliceerd waarin staat opgenomen dat VodafoneZiggo derde partijen toegang tot de kabel moet geven. Hierop heeft het bedrijf op 30 maart dit jaar een referentieaanbod op de website gepubliceerd.

In een vandaag gepubliceerd persbericht meldt Belcentrale dat het onderhandelingen is gestart met VodafoneZiggo over toegang tot de het kabelnetwerk van het bedrijf. Belcentrale verwacht dat dit snel zal leiden tot een concrete samenwerking én dat de openstelling van de kabel het eindelijk de lucht geeft omdat het tot nu toe volledig afhankelijk van KPN is om diensten rechtstreeks aan eindgebruikers aan te kunnen bieden.

De belangrijkste conclusie die kan worden getrokken uit het persbericht van Belcentrale is dat de behoefte aan het openstellen van de kabel er ook in de praktijk is. Gezien VodafoneZiggo zijn referentieaanbod op het laatst mogelijke moment heeft gepubliceerd valt het wel nog te bezien of dat het optimisme van Belcentrale terecht is.

De digitale infrastructuur wenst op waarde geschat te worden

Als het in de digitale infrastructuursector over de politiek gaat dan zijn de geluiden niet bepaald positief. Ook als het over andere instituten met een groot maatschappelijk belang gaat dan klinkt er vooral kritiek vanuit de hoek van de digitale infrastructuur.

De sector voelt zich niet op waarde geschat. De belangrijkste vertegenwoordiger van de sector is Stichting Digitale Infrastructuur Nederland (DINL). Het bericht “Neutrale rol van infrastructuuraanbieders staat onder druk” dat op 7 januari dit jaar is gepubliceerd laat de teneur al in de eerste alinea zien:

Wie dacht dat we met de GDPR het meeste qua ingrijpende wetgeving wel achter de rug hadden, komt bedrogen uit. Want de Europese Unie, en dus ook Nederland, ontwikkelt momenteel een stapel met nieuwe wetgeving en regulering die onze bedrijfstak flink zal raken. Het idee is dat maatschappelijke onrust over privacy, veiligheid, en de invloed van grote online platforms op het publieke debat door haatzaaierij, fake nieuws en meer, nieuwe regels en wetten voor internetbedrijven noodzakelijk maakt. Maar hoe terecht sommige van die maatschappelijke kritiek en onrust ook is, het mag niet resulteren in regulering van organisaties die niet verantwoordelijk kunnen zijn voor wat hun gebruikers doen. En toch is dat precies wat er nu in Brussel dreigt te gebeuren.

Bedrogen uitkomen, flink zal raken, maatschappelijke onrust, dreigt te gebeuren. Het zijn stuk voor stuk aanduidingen die niet bepaald positief zijn. De rest van het bericht is niet veel positiever van aard. Of de kritiek terecht is maakt niet uit. Het gaat erom dat dit de teneur is in een sector waar de hele maatschappij van afhankelijk is.

Beleidsmakers die een beter beeld willen krijgen van de teneur in de digitale infrastructuursector kan ik het nieuwsarchief van Stichting DINL van harte aanbevelen.