De digitale infrastructuur wenst op waarde geschat te worden

Als het in de digitale infrastructuursector over de politiek gaat dan zijn de geluiden niet bepaald positief. Ook als het over andere instituten met een groot maatschappelijk belang gaat dan klinkt er vooral kritiek vanuit de hoek van de digitale infrastructuur.

De sector voelt zich niet op waarde geschat. De belangrijkste vertegenwoordiger van de sector is Stichting Digitale Infrastructuur Nederland (DINL). Het bericht “Neutrale rol van infrastructuuraanbieders staat onder druk” dat op 7 januari dit jaar is gepubliceerd laat de teneur al in de eerste alinea zien:

Wie dacht dat we met de GDPR het meeste qua ingrijpende wetgeving wel achter de rug hadden, komt bedrogen uit. Want de Europese Unie, en dus ook Nederland, ontwikkelt momenteel een stapel met nieuwe wetgeving en regulering die onze bedrijfstak flink zal raken. Het idee is dat maatschappelijke onrust over privacy, veiligheid, en de invloed van grote online platforms op het publieke debat door haatzaaierij, fake nieuws en meer, nieuwe regels en wetten voor internetbedrijven noodzakelijk maakt. Maar hoe terecht sommige van die maatschappelijke kritiek en onrust ook is, het mag niet resulteren in regulering van organisaties die niet verantwoordelijk kunnen zijn voor wat hun gebruikers doen. En toch is dat precies wat er nu in Brussel dreigt te gebeuren.

Bedrogen uitkomen, flink zal raken, maatschappelijke onrust, dreigt te gebeuren. Het zijn stuk voor stuk aanduidingen die niet bepaald positief zijn. De rest van het bericht is niet veel positiever van aard. Of de kritiek terecht is maakt niet uit. Het gaat erom dat dit de teneur is in een sector waar de hele maatschappij van afhankelijk is.

Beleidsmakers die een beter beeld willen krijgen van de teneur in de digitale infrastructuursector kan ik het nieuwsarchief van Stichting DINL van harte aanbevelen.